CULTIVÉ PARELS
Men kan stellen dat als men over parels spreekt, men het over gekweekte, dus cultivé parels heeft omdat natuurlijke parels zelden voorkomen of te koop zijn. Indien een handelaar natuurlijke parels heeft dan zal hij/zij dat juist sterk benadrukken omdat voor natuurlijke parels extreem hoge prijzen betaald worden.
Aan het eind van de 19e eeuw waren er drie Japanners Nishikawa, Mise en Mikimoto die onafhankelijk van elkaar een
methode ontwikkelden om parels te kweken. Eén daarvan ging met zijn gekweekte parels naar Europa, waar de
gevestigde parelhandelaars hem aanklaagden wegens fraude omdat hij parels verkocht die niet echt zouden zijn. Er kwam
een rechter aan te pas en de Japanner, Kokichi Mikimoto, werd in het gelijk gesteld. Daardoor staat Mikimoto in het
Westen bekend als degene die als enige de methode om parels te kweken heeft ontwikkeld, wat dus niet geheel juist is.
Daarbij komt dat gebleken is dat ook anderen daarvoor er al in geslaagd waren parels te kweken, onder andere de
Zweedse bioloog Linné.
Om parels te kweken (te cultiveren) worden de oesters 'geopereerd' waarbij een bolletje (kern) van schelp of parelmoer
samen met een stukje mantel van een donoroester in het lichaam van een oester wordt gestopt. Als alles goed gaat, zet
de oester rond deze kern parelmoer af. Afhankelijk van de soort en de plaats kan na ongeveer twee jaar een parel
worden 'geoogst'.
Niet alle oesters maken een verkoopbare parel: van de honderd geïmplanteerde oesters zullen dertig de kern eruit
gooien en sterven er tien vóór het tweede jaar. Van de zestig geoogste parels zijn er twintig
onverkoopbaar (te slecht van kwaliteit) en van de rest, van lage tot hoge kwaliteit, zijn er maar een of twee van
topkwaliteit ! Bij moderne kwekerijen ligt dit percentage hoger, maar niet heel veel.
Witte parels
De meeste cultivé parels zijn wit of zilverkleurig, daardoor waren dat tot een aantal jaren geleden de meest aangeboden en gevraagde kleuren. In de periode 1990-1995 heeft er echter over de hele wereld een omslag plaatsgevonden. Ten eerste werden cultivé parels weer zeer populair, maar belangrijker was dat andere kleuren en vormen in de mode raakten. Dat is één van de redenen dat er nu een zeer groot aanbod is aan cultivé parels in elke vorm en kleur en in elke prijsklasse.
Laten we de verschillende soorten cultivé parels eens belichten:
1. Akoya parels (Pinctada martensii)
Colliers met deze cultivé parels zijn wat je zou kunnen noemen de 'klassieke' parelcolliers. De cultivé
parels zijn bijna altijd rond en wit met een licht zilvergrijze, gele of roze tint, zelden groter dan 8 mm. De glans
van goede kwaliteit Akoya's is onovertroffen. Tot de jaren '80 werden deze cultivé parels alleen in Japan
gekweekt, later ook in China. Echter, de Chinese cultivé parels halen (nog) niet de kwaliteit van de Japanse,
alhoewel de parelmoerlaag vaak wel dikker is.
De schelp is niet zo groot, hooguit 9 cm. Ook is de schelp niet zo 'dik', daardoor kunnen de hierin gekweekte parels
niet zo groot worden.
Nog in 1967 produceerde Japan meer dan 150 ton aan gecultiveerde Akoya parels ! Op dat moment was Japan min of meer
het enige cultivé parels producerende land in de wereld. Door onder andere milieuvervuiling en te intensieve
kweek liep de sterfte van de Akoya oesters hoog op. Om de kans op sterfte zo laag mogelijk te houden gaven de kwekers
de oesters minder dan een jaar de tijd om een parelmoer laag te vormen. Daardoor was de laag zo dun dat deze soms na
korte tijd al van de kern afsprong. Gelukkig bleek in 2003 dat de laag van de meeste Japanse Akoya's weer van een
acceptabele dikte was. Maar nog steeds moet bij aankoop van cultivé Akoya parels er goed op gelet worden dat de
parelmoerlaag dik genoeg is ! Door onder andere de hoge sterfte en verminderde vraag is de productie van Japanse
Akoya's nu nog maar zo'n 20 ton, in China produceert men rond de 16 ton.
Er bestaan gecultiveerde kleine Akoya parels van 4 mm diameter, maar die worden nog maar weinig gekweekt. In China
kweekt men over het algemeen parels van ongeveer 6 mm tot 7,5 mm, in Japan voornamelijk van 7 tot 8 mm. Gecultiveerde
Akoya's van meer dan 8 mm zijn moeilijk te vinden en worden vrij kostbaar : Een collier van goede kwaliteit met 9 tot
10 mm diameter gecultiveerde parels kost al gauw 10 tot 12.000 Euro ! Als de diameter 10 tot 11 mm is moet er 14 tot
16.000 Euro betaald worden Ter vergelijking : een collier met gecultiveerde parels van 8 mm zal ongeveer 1500 tot 2000
Euro kosten (winkelwaarde maart 2006).
2. Zuidzee parels (Pinctada maxima)
Doorsnede Zuidzee parel
Buitenkant Zuidzee schelp
Gepolijste Zuidzee schelp ("zilverlip")
Gepolijste Zuidzee schelp ("goudlip")
De naam 'Zuidzee' parels werd door de Japanners gebruikt voor alle parels die werden gekweekt ten zuiden van Japan. In
de jaren '50, '60 en '70 hebben de Japanse parelproducenten en -handelaars geprobeerd parelkwekerijen op te zetten in
landen ten zuiden van Japan,met variërend succes.
Wat Zuidzeeparels genoemd worden zijn eigenlijk twee varianten van dezelfde oesterfamilie, met name de 'silver-lipped'
(zilverrrand) en de 'gold-lipped' (goudrand) Pinctada maxima.
De zilverrandoester wordt gebruikt aan de noordwestelijke kust van Australië, Indonesië, Filippijnen,
Tahiland en Myanmar (Burma). Deze oester vormt witte en zilvergrijze parels. Ze kunnen zeer groot worden, tot wel over
de 30 cm in diameter. Daardoor kunnen ze ook grote parels vormen, tot maximaal 20 mm! De diameter van deze parels is
gewoonlijk tussen de 9 en 14 mm. Grotere gecultiveerde parels worden met oplopende diameter steeds zeldzamer en
daardoor kostbaarder. Op de edelstenenbeurs in Idar-Oberstein (Duitsland) was in 2003 een uiterst zeldzame
gecultiveerde Zuidzeeparel te koop van topkwaliteit, perfect rond met een diameter van 21 mm. De groothandelsprijs:
Euro 20.000 !
Goudkleurige gecultiveerde parels zijn op het ogenblik zeer populair. Ze worden gevormd in de goudrandoester die
vooral voorkomt op de Filippijnen en in mindere mate in Indonesië en andere gebieden. De kleur loopt van
lichtgelig (champagne) tot warm goud.
De goudrandoester is kleiner dan de zilverrandoester en kan een diameter van maximaal 25 cm hebben. Daardoor vormt de
oester ook niet zulke grote parels, meestal tussen de 9 en 13 mm. Er komen relatief weinig goudkleurige gecultiveerde
parels uit de Filippijnen en Indonesië op de markt: zo'n 250.000 per jaar.
Tot voor kort waren deze exclusieve gecultiveerde parels niet of nauwelijks in Nederland te krijgen, veel juweliers
weten amper van het bestaan ervan. Alleen goed-geïnformeerde of topjuweliers en -goudsmeden bieden deze
gecultiveerde parels aan.
Helaas worden zogenaamde goudkleurige gecultiveerde parels aangeboden die 'geverfd' zijn. Dit zijn gele of zeer
lichtgeel gekleurde gecultiveerde parels die in Japanse laboratoria een behandeling krijgen waardoor de parels goud
gekleurd worden. De behandeling is zeer moeilijk te herkennen. Het is daarom belangrijk bij aankoop van goudkleurige
parels duidelijk op de aankooprekening te laten vermelden dat het onbehandelde gecultiveerde parels zijn of om een
certificaat te vragen.
3. Zwarte of Tahiti-parels (Pinctada margarita)
In voorgaande eeuwen was al bekend dat in Polynesië zwarte parels gevonden werden. Men dook echter niet naar deze
oesters voor de parels. Het ging om het parelmoer van de schelp. Dat werd door de bevolking als geld of als sieraad
gebruikt. In de 18e en 19e eeuw werd bijna al het parelmoer geëxporteerd naar Europa, het meeste werd verwerkt
tot boordenknoopjes. Het scheelde niet veel of de Pinctada margaritifera was uitgestorven. In 1885 werd een strenge
regeling voor het opvissen ingesteld en sindsdien heeft de oesterpopulatie zich kunnen herstellen. De meeste
parelkwekerijen liggen op de eilanden van Frans-Polynesië, met name de Tuamoto en Gambier Eilanden. Maar ook op
de Cook Islands en andere eilanden in de Grote Oceaan zijn parelkwekerijen te vinden.
De kleur van zwarte parels (Tahiti-parels) hoeft niet per se gitzwart te zijn. Er zijn parels in allerlei kleuren: van
zwarte tot lichtgrijze, donkerblauwe en een enkele keer zelfs donkergele. De meer gewaardeerde, en dus duurdere,
parels hebben een 'tweede' kleur: ze zijn zwart met violetrood, blauw of groen. Als deze kleuren samen op een parel te
zien zijn, wordt zo'n parel 'peacock' genoemd. Dit is de meest kostbare van alle Tahiti-parels.
De schelp kan 30 cm. groot worden en een gewicht hebben van 5 kilo ! In de natuur kan de schelp 30 jaar oud worden.
4. Mexicaanse en Rode Zee-parels
Sinds een paar jaar worden er in Mexico parels gekweekt in de Golf van Cortez (Golf van Californië) bij de stad
Guaymas. Wat begon in 1993 als een afstudeerproject van een paar zeebiologen is nu een volop draaiende parelkwekerij.
Er worden twee verschillende schelpen gebruikt die alleen aan de oostkust van Midden Amerika voorkomt, van Zuid
Californië to Peru. Dat zijn de Pinctada mazatlanica en de Pteria sterna. De parels van de Pteria sterna heeft
unieke kleuren, zoals wijnrood, paars, blauw, groenig en combinaties van deze kleuren. De Pinctada mazatlanica
produceert witte parels. In 2003 was de productie 26.000 parels. Dat is zeer weinig en de zeer exclusieve parels
worden bijna allemaal in Mexico en de Verenigde Staten verkocht.
Een andere bijzondere parel wordt al enkele jaren gekweekt aan de kust van Soedan. De oester is familie van de
'Zuidzee' oester (Pinctada maxima) en de parels worden gecultiveerde Rode Zee-parels genoemd. Donkere groen- en
geeltinten zijn de kleuren van de meeste parels, maar ook champagne en goudkleuren komen voor. De jaarlijkse productie
van deze parels is nog minder dan die in Mexico, ongeveer 12.000 parels. Voor de echte liefhebber zijn deze unieke
exemplaren uiteraard het meest begerenswaardig.
5. Keshi parels
De originele keshi's zijn pareltjes van een paar milimeter groot die per ongeluk ontstaan zijn tijdens het implanteren
van de kern in een Akoya oester. Het is een Japanse benaming. De keshi's worden in de mantel van de oester gevonden.
De Keshiparels bestaan uit puur parelmoer.
Ook tijdens de operatie van andere soorten oesters kunnen per ongeluk parels ontstaan. Het gebeurt ook dat de oester
de ingeplante kern uitstoot of doordat het weefsel beschadigd tijdens het inbrengen van een kern. In beide gevallen
wordt parelmoer afgezet en ontstaat een barokke, soms zeer vreemd gevormde parel. Meestal hebben dit soort parels een
hoge glans.
Tegenwoordig is het handelsgebruik om dit soort 'wilde'parels in andere oesters dan in de Akoya ook keshi te noemen.
Eigenlijk is dit een foutief gebruik van de naam. Daar komt nog bij dat deze 'keshi's' niet in de mantel gevormd
worden maar in het lichaam van de oester. Door verbeterde technieken worden er nog maar weinig keshi's gevormd. Er is
echter een grote vraag naar 'keshi's' van alle soorten oesters en keshi's zijn dan ook meestal niet goedkoop.
6. Half parels
In de juwelenhandel worden halfronde parels, 'blister' (eng.) of Mabe parels genoemd. Vaak zijn deze parels groot, tot
wel 20 mm. of meer. Ze worden gebruikt voor oorknoppen en broches omdat ze licht van gewicht zijn.
'Mabe' is niet de juiste naam voor deze soort parels, het zijn half-parels. De naam Mabe komt van de Japanse naam voor
de Pteria penguin, dat is de 'large wing'of 'black wing'oester. Deze oester produceert parelmoer met diverse kleuren
(zoals de Mexicaanse Pteria sterna) en vanaf 1940 hebben de Japanners geprobeerd met deze oester parels te kweken. In
het begin lukte dat niet, pas in de jaren '60 werd er een methode gevonden om halve parels te kweken. Deze half-parels
werden over de wereld bekend als 'Mabe's'. Pas jaren later lukte het ook om volle parels te kweken. Bijna alle Mabe's
worden in Japan verkocht, het is moeilijk om ze buiten Japan te vinden. De halfparels die nu te koop zijn worden in de
Zuidzee oester (Pinctada maxima) en de Pteria penguin gekweekt in Thailand en Indonesië. Er is echter niet zo
veel vraag meer naar.
Het grote voordeel van half-parels is dat ze erg groot kunnen worden (tot 20 mm) en toch licht van gewicht blijven.
Dit komt omdat het parelmoer wordt opgevuld met was of plastic.
De Japanners waren niet blij dat half-parels uit andere oesters ook Mabe's werden genoemd. Daarom werd de naam van de
originele Mabe veranderd in 'Mabegai', dat betekend 'Mabe schelp of -oester'.
Wat tegenwoordig wel regelmatig aangeboden wordt zijn halfparels waaromheen nog een stuk van de schelp zit, soms in
allerlei vormen.
7. Zoetwater parels
De eerste 'cultivé' zoetwaterparels werden al in de 12e eeuw in China gekweekt. Dit waren halfparels. De
techniek ging echter verloren. In de zestiger jaren van de vorige eeuw werden in het Biwameer in Japan zoetwaterparels
gekweekt zonder kern en later ook met kern. In de jaren zestig en zeventig kwamen zoetwaterparels alleen maar uit het
Biwameer en werden daarom 'Biwa parels' genoemd. Door milieuvervuiling en de toenemende bevolkingsdruk stopte de kweek
daar in 1993. Tegenwoordig worden zoetwaterparels gekweekt in het Kasumigameer, deze kunnen groter en van een andere
kwaliteit zijn dan de Chinese en zijn veel exclusiever en dus duurder.
Ook in de Verenigde Staten werden - in het Mississippi-gebied - jarenlang zoetwaterparels gekweekt en soms natuurlijke
gevonden. De natuurlijke parels zijn meestal langwerpig of barok en zeer kostbaar. De gekweekte parels zijn in alle
vormen verkrijgbaar en worden niet uitgevoerd vanwege de grote binnenlandse vraag.
Het verschil tussen zout- en zoetwaterparels is voornamelijk dat de gecultiveerde zoetwaterparel meestal geen kern
heeft (dit kan in de komende jaren veranderen !). De mossel heeft in zijn lichaam in feite te weinig ruimte om een
kern te plaatsen. Ook is het niet mogelijk een ronde kern in de mantel te plaatsen. Maar het is geen probleem om een
stukje donormantel in de mantel te plaatsen. Het is zelfs mogelijk om 20 of meer stukjes te implanteren aan elke kant
! Hierdoor wordt de productie van parels natuurlijk wel erg goedkoop. Dat komt dan ook ten uiting in de
prijsverhouding zoetwater - zoutwater parel (bij dezelfde grootte).
De cultivé parels worden geoogst twee winters en drie zomers na het inbrengen van mantel. De groei van de
parel is ongeveer 2,5 mm. per jaar, dat is meer dan de gemiddelde Akoya parel.
De mossels die in Japan en China worden gebruikt bij het kweken van zoetwaterparels zijn voornamelijk de Hyriopsis
cummingii (driehoekmossel) en de Christaria plicata (oriëntaalse mossel). De Hyriopsis levert parels die blauw,
paars, roze of oranje zijn en allerlei tussenkleuren kunnen hebben. De Christaria produceert alleen witte parels. Het
schijnt dat in China de Christaria meer gebruikt wordt omdat de mossel groot is (ong. 30 cm) en dus meer parels kan
bevatten. Het is niet geheel duidelijk welke soorten gebruikt worden omdat zowel de Japanners, maar zeker de Chinezen,
experimenteren met het kruisen van beide (en andere) soorten. Het schijnt dat tegenwoordig een hybride het meest
gebruikt wordt. Vrijwel zeker wordt er ook geëxperimenteerd met genetische manipulatie, dat gebeurd trouwens niet
alleen bij zoetwatermossels !
De groei van de mossels gaat anders dan bij zoutwater oesters.
De larven van de zoetwatermossel zetten zich voor een bepaalde tijd vast op de kieuwen van een vis. Na een paar
maanden laat de larve zich vallen en zet zich dan ergens vast op de bodem.
8. Chinese kanjers
De productie van zoetwaterparels is nu voor het overgrote deel in handen van China. In de jaren '80 overspoelde dit
land de markt met spotgoedkope kettinkjes met kleine gecultiveerde zoetwaterparels, rijstparels genaamd. Deze
gecultiveerde parels waren in alle kleuren verkrijgbaar, zowel in natuurlijke kleuren als geverfd.
Tegenwoordig wordt er door de Chinezen veel meer aandacht besteed aan de kwaliteit van de gecultiveerde parels,
waardoor deze nu zelfs vergelijkbaar is met goede kwaliteit gecultiveerde Akoyaparels. Ook worden sommige
zoetwaterparels nu gekweekt met kernen in allerlei vormen, zoals vierkanten, cirkels e.d., waardoor een reeks van
grillig gevormde parels ontstaat waar de moderne juwelenontwerper alle kanten mee uit kan.
De kwekers laten de parels meerdere jaren groeien zodat er tegenwoordig ronde gecultiveerde zoetwaterparels
verkrijgbaar zijn van 10-12 mm. Daarmee worden deze gecultiveerde parels een serieuze bedreiging voor de gecultiveerde
Zuidzeeparels.
De zoetwatermossel die de witte parel produceert, wordt wel 30 cm lang en kan daarom meerdere implanten tegelijkertijd
in zich opnemen. Ook kan hij meer dan een keer voor parelkweek gebruikt worden. Hierdoor wordt de productie van
cultivé parels natuurlijk een stuk goedkoper. Doordat de meeste gecultiveerde zoetwaterparels geen kern hebben,
zou je echter kunnen zeggen dat zíj de natuurlijke parel het beste benaderen.
Een aantal jaren geleden was de productie van gecultiveerde zoetwaterparels in China ongeveer 950 ton !! Die enorme
productie is nu (2006) teruggebracht tot maximaal 800 ton en waarschijnlijk zal het nog verder teruglopen.
Ruim 90 % van de Chinese gecultiveerde zoetwaterparels is of klein, of grillig gevormd, of niet rond, of laag van
kwaliteit en heeft vaak een heel licht verfbad gehad. Deze gecultiveerde parels kosten dan in vergelijking met de
gecultiveerde zoutwaterparels heel weinig of zijn ronduit spotgoedkoop. Echter, zodra de gecultiveerde zoetwaterparels
bijna-rond of rond zijn en een diameter van 8 mm of meer, wordt de prijs zeer snel veel hoger ! In 2004 was er op de
Juwelenbeurs van Hong Kong een aantal colliers te koop met Chinese gecultiveerde zoetwaterparels van topkwaliteit en
van 14 tot 18 mm rond voor prijzen tussen de US$ 125.000 en 160.000. Toen unieke exemplaren, maar over tien jaar
misschien niet meer ! De hoogste kwaliteit van de Chinese gecultiveerde zoetwaterparels wordt elk jaar beter. De beste
kwaliteit gecultiveerde witte zoetwaterparels is nu gelijk aan zeer goede Akoya parels. Maar de prijs is er maar
één derde van. Terwijl bij de gecultiveerde Akoya parels er goed op gelet moet worden dat de
parelmoerlaag dik genoeg is bestaan de gecultiveerde zoetwaterparels uit bijna 100 % parelmoer ! Hetzelfde geldt voor
de grotere gecultiveerde zoetwaterparels, er zijn nu colliers te koop met een diameter van 11 tot 12 mm rond die een
hogere kwaliteit hebben dan gecultiveerde Zuidezee parels, terwijl de prijs hooguit de helft is.
De gekleurde gecultiveerde zoetwaterparels hebben kleuren die bij geen andere parel voorkomt en zijn daardoor uniek en
herkenbaar. De topkwaliteiten zijn moeilijk te vinden en worden gebruikt door topmerken, zoals Schoeffel en Tiffany.
(Maar Parels-AEL heeft ze ook !).